Het CVRM diploma, perifeer arterieel vaatlijden, vervolg.
Voor de werkwijze van de Enkel Arm Index, heb ik al verwezen naar de laatste uitgave van het boek Protocollaire Diabeteszorg van Langerhans. Als je op Google naar EAI kijkt, zal je zien dat er ontzettend veel protocollen in omloop zijn. Onderling verschillen ze nogal. Zo geeft het ene protocol aan dat je de hoogste armdruk moet gebruiken, voor berekening van beide benen. Een ander protocol geeft aan dat je de hoogste armdruk van links moet gebruiken bij berekening van het linker been, en de hoogste armdruk van rechts voor het rechterbeen. Omdat Protocollaire Diabeteszorg een ontzettend goede- en betrouwbare informatiebron is, houd ik dat aan.
Bij opvallende bevindingen gelden de volgende afspraken:
- De druk van de linker- en rechter arm, moet ongeveer gelijk zijn.
- Een verschil in tensie tussen beide armen van > 20 mmHg duidt meestal op een vernauwing van de arterie.
- Als beide voeten een lagere tensie hebben dan de armen, wijst dat op spanning of vernauwing van de Aorta. Indien de tensie in de enkel < 50 mmHg, wijst dit op ischaemie.
- Wanneer in een voet een duidelijk verschil in tensie is tussen de arteria dorsalis pedis en de arteria tibialis posterior, duidt dat op een locaal probleem in een van de vaten.
- Valse waarde: 1,5 of >. Dit kan op een stugge vaatwand wijzen. Klopt dit getal, of is het 1,2 of >?
Interpretatie van de EAI:
- PAV vrijwel zeker bij eenmalige EAI < 0,8 of
- bij een gemiddelde van 3 bepalingen < 0,9.
- PAV vrijwel uitgesloten bij eenmalige EAI > 1,1 of
- drie bepalingen, binnen enkele weken, > 1,0.
- Bij een waarde tussen de 0,9-1,0 kan men de diagnose PAV niet met zekerheid stellen.

Voor de classificatie van PAV verwijs ik naar de NHG standaard. Stadium 1 t.m. 4 staan daar beschreven.
Behandeling van PAV bestaat uit:
- Risico-reductie, met als doel risicovermindering op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Dit kan worden bereikt door controle van de belangrijkste risicofactoren zoals: roken; hyperlipidaemie; DM, leefstijlinterventies en medicamenteuze behandeling met Acetylsalicylzuur of Clopidogrel.
- Symptomatische behandeling, met als doel klachtenreductie; verbetering van de mobiliteit, inspanningstolerantie en de functionele capaciteit. Dit wordt bereikt door: lichamelijk activiteit, iedere dag > 30 minuten; medicamenteuze behandeling *( inclusief een statine ); chirurgische- of radiologische interventies ( in vorige column genoemd).
* De Heart Protection Study heeft het aanzienlijke effect aangetoond van het toevoegen van een statine bij hoog risicopatienten op cardiovasculaire aandoeningen, grotendeels onafhankelijk van het lipidenprofiel aan het begin van de behandeling.
Tot slot: Conclusies:
- PAV komt regelmatig voor in de huisartsenpraktijk.
- PAV patienten hebben een aanzienlijk verhoogd risico op overlijden.
- A-symptomatische- en symptomatische patienten verschillen niet significant wat betreft hun risico. ( alhoewel je er bij symptomatische patienten in de regel wel eerder achter bent dat ze PAV hebben)
- Meten van de EAI is belangrijk, evenals een goede anamnese en lichamelijk onderzoek.
- Diagnosticering van PAV draagt bij tot belangrijke vermindering van cardiovasculaire complicaties en het overlijden hieraan.